Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 25 )

£enezïng verkorten, maar ook liet verlies van een groot gedeelte bloed doen fparen." . Een groote Blaar-pieister op het lydende deel gelegt, (dus g*at hy voort) is van grooter dienst , dan dat dezelve op eene andere plaats gelegt wierd ; anders zoude , door de prikkelingen, de ziekte toenemen ; daar in tegendeel door oplegging op het zieke deel, het de verftoppingen ontbindt en helpt door den kortften weg."

Van het gevaar der longontfteking boven dat der pleuris {prekende, zegt hy nog :,, Maar men kan in dat geval , na het aderlaten, op de Blaar-pleisters het meeste fteunen:" en \yeder op een andere plaats: ,, Maar ten opT zichte van de Blaar-pleisters heeft men by zulke omftandigheden weinig voorzichtigheid noodig , vermits zy altyd gebruikt kunnen worden , het zy om de pols te verheffen of de borst te verligten, of om de uitracheling der fluimen te bevorderen."

Die zelfde beroemde arts zegt: „ Waar de koorts, harde pols en taaie huid op 't bloed, nevens andere kenmerken van eene ware pleuris mankeeren , doet het aderlaten nadeel." Uit een tegenoverftelling hier van, kan men opmaken, dat indien de opgetelde omftandigheden aanwezig zyn,de aderlatingen vereischt worden.

De beroemde geneesheer tissot, handelende over de borstontfteking , zegt mede : „ Maar het voornaamfte middel is het aderlaten ; zoo rasch de koude geëindigt is , moet men op eenmaal twaalf oneen bloed uit den B 5 arm

Sluiten