Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Tegenwoordige Staat

Adm i-

rariteiti n

Fries-

L AMD.

Zo dra de Algemeene Staaten hebben beflooten, hoe veele, en hoe groote Schepen van Oorlog, zy willen uitrusten, wordt de ganfche uitrusting aan de gezamentlyke Kollegien ter Admiraliteit toevertrouwd, en elk Kollegie deelt daarin, naar evenredigheid met de overige Kollegien, of naar maate het van Schepen voorzien en vermogende is. JNogthans

wordt

gedaan is, blyft 'er geene bedenkelykheid meer over, waar de Troon der Admiraliteit van de Vereeenigde Nederlanden geplaatst moge zyn; en wy gelooven, dat dit Oppermagts recht even weinig aan hun Hoog Mogenden kan worden betwist, als men de Souverainiteit van elke byzondere Provincie, opzigtelyk hun Grondgebied, in twyffel zoude kunnen trekken.

Wy moeten wel toedemmen, dat de Algemeene Staaten deeze Admiraliteit, tot wtlzyn en luider van dit Gemeenebest, onmogelyk zouden kunnen handhaaven, zonder door de byzondere Staaten, vooral in eenen ZeeOorlog , met groote geldibmmen onderdeund, en in ftaat gedeldte worden , om aan hunne Admiraliteits Kollegien de noodige penningen , tot aanbouw en uitrusting van Oorlogs Schepen , te bezorgen; wy zien uit dien hoofde ook de noodwendigheid ten vollen in, dat die lommen door de byzondere Staaten eerst moeten ingewilligd zyn, voor dat de bouwing , uitrusting, of aankoop van behoeften, met genoegzaame gerustheid kan gedaan worden ; wy weeten ook wel, dat de Raaden ter Admiraliteit, niet uit de Algemeene Staaten, maar uit de byzondere Provinciën afgevaardigd worden: dan deeze en geiykfooftige bedenkingen, wel overwoogen , fpreeken onz^ voorgemelde ftelling geenszins tegen , en wy zouden onze gedachten ook daaromtrent gaarne willen uiten , zo wy niet voorzagen eene Verhandeling , in ftede van eene aanmerking te zullen moeten fchryven, waaiïn ons ook het befluit der Staaten van Holland en Westl'riesland van den 22 Febr. 1667 (Recueil van Zeez. I Deel bl: &\) eenige ongemakkelykueid zoude veroorzaaken.

Sluiten