Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWINTIGSTE BRIEF. 13

hier een merkwaerdig gezelfchap , beitaande in eene bende Sbirri of Land - foldaaten; deeze Sbirri zijn gefteld om de land - ftraaten en wegen vrij te houden van Rovers en Moordenaars; maar deeze Beveiligers der wegen zien 'er zoo vreeslijk uit, dat de eerfte befchouwing van dezelven elk een fchrik moet aanjaagen. Verbeeld u mannen, welker, door de zon verbrandde, aangezichten, de allerwreedfte trekken hebben, met zijdgeweeren, fnaphaanen, en gordels met piftoolen om het lijf, gewapend; benevens rottingitokken in de handen, waarmeede eikenflag doodlijk zijn kan: en die eene taal fpreeken, welke meer gelijkheid heeft met het gebas der honden, dan met het geluid van een mensch. Het aanzien van ónzen Waard was niet beter; ja zelfs fcheen het nog wreeder, dan dat van de wreedfte Sbirri. Bij onze intreede in het huis was hij bezig zijn Wijf te kloppen. Het kleen vertrekje , dat hij ons aanwees om te flaapen, had geeen glazen vengfteren, en was met een deur voorzien zonder flot. Hierom verlieten wij dit Logement en zochten een beter verblijf, en wel in de zoogenaamde Osphio van de Abdij; want de Abdij van Monte Casfino geeft niet alleen vrij verblijf aan de reizenden , die den Berg beklimmen; maar heeft daarteboven aan de eene zijde van S. Germano een bijzonder Gebouw, meest gefchikt om de daar koomende vreemdelingen in teneemen. en een ieder

naaf

Sluiten