is toegevoegd aan uw favorieten.

Scheikundige wijsbegeerte, of Grondwaarheden der hedendaagsche scheikunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n4 SCHEIKUNDIGE

XV. De metaalhalfzuuren hebben in hunne ' te zamenvoegingen dit bijzondere,' dat zij zich als loogzouten , of als aard- en loogzoutige beginfelen, met opzicht tot de zuuren, fchijnen te gedraagen; alhoewel zij aan den anderen kaïat het vermogen bezitten, om zich met de aarden en loogzouten te vereenigen , als eene foort van zuuren. Men vindt in de daad minder van deeze laatfte, dan van de eerfte foort, • en men merkt in 't algemeen aan , dat die geenen, aan dewelken het zuurbeginfel het meest gehecht is, zoo als het fpiesglas, lood, ijzer, en bruinfteen, de loogzouten, op de wijze der zuuren, verzadigen ; 'er is reeds in de zesde afdeeling gezegd, dat 'er drie, werklijk zuurbaare, metaalen zijn.

XVI. De metaalen kunnen, door geene zuuren, ontbonden worden , zonder vooraf halfgezuurd te zijn; van daar dat de metaalhaif-zuuren, welke in de zuuren ontbindbaar zijn, >zich 'er langzaam, zonder opbruisfehing in oplosfen, terwijl de metaalen dit niet, dan met -beweeging en opbruisfehing, doen. "■ XVII. De opbruisfehing, door de ontbinding der metaalen voortgebracht, wordt veroorzaakt, door dien zij de zuurftof, welke zij opfiurpen, aan een beginfel ontrukken, het welk daarop eene luchtvormige gedaante aanneemt. Dit

be-