Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laagen van den Grond, 2. 3

groeid was. De grondftoffe der meeste bergen op dit Eiland beftaat, voor zooverre wy uit de befchouwing van dat gedeelte, het welk by de haven lag, konden oordeelen, uit laagen van kley, die met aluinaarde vermengd zyn, en geheele brokken zuiver kryt in zich bevatten. Deeze laagen zyn zes duimen, meer of minder, dik, en liggen byna waterpas. Op eenige weinige plaatzen vondt ik nog eenen zwarten, wceken, zandfteen,die uit kley en afche, door den brandenden berg uitgeworpen, zamengcfteld was. Hier en daar ontdekt men eene kleyachtige tripelaarde (A/ana,) van die foort, die men in Engeland rottenjlone, of rottefteen, noemt (*). Tusfchen deezen en den bovengemelden zandfteen vindt men eene laag, die uit een mcngfel van beiden beftaat. Op de bergen, tusfchen de haven en den Vulkaan, wordt op veele plaatzen eene foort van witte kley gevonden, uit welke, door de nabyheid van den brandenden berg,geduurig waterige en zwavelachtige dampen opklimmen. Deeze plaatzen worden door die dampen

(*) Deeze rotleufione ziet, door het Joodenlym, waarmede het doortrokken is, byna zoo donkerbruin, als Omber. Men gebruikt hem tot het polysten van metaalen. Maar hy moet niet met den Jlinijione der Engelfchen verwisfeld worden, dien deHoogduitfchersSauftein noemen, en die eene 'foort van Hlkfpath, is met fteenölie of een brandbaat zuur yermengd,

B 3

Sluiten