is toegevoegd aan je favorieten.

Waarneemingen over de aardrykskunde, de natuurkunde, den aart en de zeden der menschen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GrondfteUingen — Lvt der Vrouwen, 505^

'te van vreemdlingen, het is waar» waren zy minder naauwgezet; want, hoe ftreng de diefftal ook by hen geftraft worde, en hoe zeer zy wisten, dat zy kwaad deeden, lieten zy evenwel niet na, ons alles te ontfteelen, het geen hun onder de handen kwam. Intusfchen kan het geweld der verzoekinge hen eenigszins verontfchtildigen; want voor kinderen der natuure» zoo als zy zyn, moest de zeldfaamheid van onze waaren eene onweêrftaanbaare bekooring zyn, en alle bedenklykheden wegneemen. En gefield al, dat zy in ftaat geweest waren, om 'er bedaard over te denken, dan moest immers de ge* dachte: het zyn maar vreemdlingen — wat hebben zy in ons land te doen — zy hebben buiten dien genoeg van deeze dingen — in het oogenblik der fterkfte Verzoekinge, meer dan genoeg zyn, om hun den diefftal, tegen ons gepleegd, als eene geoorloofde zaak te doen aanmerken. Dat zy, in weerwil van alle hunne gastvryheid, nochtans ten opzichte van vreemdlingen meer achterhoudende zyn, dan ten opzichte van inlanderen, zal men hun, hoope ik, niet euvel duiden; ook hebben zy dit met alle de Bewooneren der Eilanden gemeen, by welke de befchaaving den hoogden trap nog niet beklommen heeft (*). Onder het gemeen vindt

men,

(*) Zoo werden ook de Britten weleer inhoipiiaks Brlfa

K k M«*