is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarneemingen over de aardrykskunde, de natuurkunde, den aart en de zeden der menschen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73 8 HOOFDST: VI, Tiende Afdeelingl

klasfe, en worde* tot dienstboden gebruikt. Zy geneeren zich doorgaans van visfchen, die zy in groote menigte vangen, van kokosnooten.„ en zeven foorten van wortelen, zynde dezelfde die op de Mar lanen QDieveneilanden) gevonden worden. Zy hebben hoenderen, en weeten allerleie vogelen, inzonderheid watervogelen, te vangen en toe te bereiden. Viervoetige dieren daarentegen ontbreeken hun ten eenenmaale. De wooningen van den gemeenen Man beftaan in kleine hutten, gedekt met de bladen van eene foort van Palmboomen Q waarfchynlyk van den Pandang,) hunne Hoofden daarentegen, of Tamoles, woonen in groote huizen, die van binnen befchilderd en vercierd zyn. Hunne booten loopen van vooren en achteren hoog op. De planken aan dezelve zyn aan eikanderen genaayd. Aan de ééne zyde van den boot maaken zy eenen uitlegger met eenen langen balk, die met den boot parallel ligt, en het omflaan van denzelven verhindert. Aan den voor- en achterfteven, zoo wel als aan ieder einde van den uitlegger, heeft men kleine kajuiten gebouwd. De zeilen beftaan uit matten van Palmbladen.

De Mansperfoonen houden zich gemeenlyk bezig met het aankweeken der onderfcheidene wortelen, welke zy tot fpyze gebruiken. Tot dat einde moeten zy eerst boomen uitroeijen,

het