Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van DRENTHE.

337

vonden de Turfgravers van Echfetis Hogeveen, in den zandbodem of ondergrond der Veenen, een zilvere Komeinfche geldmunt of Penning. Aan de rechterzyde -zag men de afbeelding van een jeugdig Vorftenhoofd, welks fchedel met een ltraalkroon omringd was. Het randfchrift luidde aldus:

Imp. gordianus PlUS aug.

Het rugftuk vertoonde het beeld van een ftaande vrouw, houdende een balans met fchalen in de rechter, en eenen overvloedshoorn in de üinkerhand. Om den rand leest men:

Aequitas aug.

Ik zal geen andere aanmerkingen over dezen Pennirg maken , dan alleen , dat dezelve van den jongen of derden gordiaan is, welke Keizer , na een zesjarige regering , in zyne prille jeued , door bedel van zynen opvolger philippus , wierd omgebracht ; en dat die gebeurde in het Qo6fte jaar na Romes bouwing, of het 244fte na christus's geboorte. Deze Penning is dus flechts ruim vyftien eeuwen oud; en, gevolgelyk, kunnen de Veenen, in welker onderden zandbodem dezelve gevonden is, dien ouderdom niet bereiken.

De waarheid des voorvals, te weten , van het vinden van dezen Penning in den onderden zandbodem van hec Veen, is aan geen de geringde bedenking onderhevig. Want nooddruftige en 'eenvoudige arbeiders , de vinders van dezen Penning, van bedrog verdacht te houden , zoude onrechtvaardig zyn; behalven dat

de

Natuur-

LYKfc HlS-

TURiE,enz,

Sluiten