Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao MARCUS en LUCAS

Lucas zo eenftemmig voor" goddelyk hebben erkend? Zonder het voorftel, of de goedkeuring van de Opzienderen der Gemeentens (ik bedoele hen, die , door de Apostelen daartoe geordend , hun vast verblyf in die Gemeenten» hadden),kon zulke aanneming met gene mogelykheid gefchieden. Zouden deze nu, wanneer zy zulke Schriften aan de Gemeentens bekend maakten, of vernamen, dat die door anderen aldaar verfpreid |werden, zo onopmerkfaam, zo zorgeloos zyn geweest, van geen onderzoek te doen, of die Schriften die achting wel waardig waren , welke men ze toedroeg? Daar mén ook weet, dat die Opzienders met hunne zwarigheden zich by de Apostelen vervoegden , zouden zy zulks in dit geval dan ook niet gedaan hebben, dewyl het Christendom hierby zo veel belang had? Een gefchrift doch voor goddelyk te erkennen , 't welk het inderdaad niet was, kon het grootfte nadeel aan het Christendom toebrengen: ja! al hadden de Opzienderen der Gemeentens de Apostelen over die gefchriften niet geraadpleegd, kon het echter niet misfen, of deze , diar er verfcheiden nog lange leefden, nadat de fchriften van Marcus en Lucas waren bekend geworden, moeften van die fchriften bericht ontfangen hebben. Keurden zv dan die fchriften ■ niet af, zo was hun ïtilzwygen reeds een voldingend bewys voor de goddelykheid dier Schriften: want niets kon

hun-

Sluiten