Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L. Admiraal DE RUITER. 33

aan zyn boord had gekreegen) aan land, om met den Koning daar over mondeling te handelen. Ook liet de Ruiter den Koning met een brief weeten, dat hy daar niet langer op de reede kon blyven dan tot "anderendaags's avonds, en verzocht tegens dien tydonverwylt antwoord. De Fiskaal Viane quam met den Koning en Baffa te woorde, en men werd der zaake, op den voet die alreeds met den Engelfchen Konful Broun was beraamt, eens. De Koning zoude de Chrifte flaaven den zeiven dag hebben overgelevert, maar dewyl de Fiskaal Viane de naamen van de eigenaars, daar de Nederlandfche flaaven by woonden, niet wift, kon men die in dien korten tyd niet opzoeken. Dan evenwel zond de Koning, om vaft een begin der wifTeling te maaken, terftond elf Chriflenen, die zyn eigc flaaven waaren geweeft, aan dc Ruiters boord: begeerende, dat hy daar voor elf Mooren, welker naamen hy opgaf, aan land zou zenden: dat ftraks werd gedaan. Den eerften en tweeden van Maart quaamen noch dertig Nederlandfche Chrifte flaaven aan de Ruiters boord, en daarna noch anderen, tot vicrenvyftig in getale. - Noch zes andre flaaven, die te landwaart in waaren, zyn daarna overgezonden, en een {laaf van Hoorn werd uit de fcheepen voor Algiers voor hondertenzevenendertig ftukken van achten vrygekocht. Hier tegens leverde de Ruiter aan die van Tunis, boven 't getal van zeftig gevange Turken of Mooren, noch acht Mooren: zoo dat hy, op 't aanhouden van die van Tunis, in plaats van zes, gelyk eerft bedongen was, acht Mooren op den hoop II. Deel C moeit

1662.

Onderhandeling mee den Koning.

if»i

Maart. Seltig flaavea by wiffeling geloft.

Sluiten