is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en bedryf van den heere Michiel de Ruiter.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228

Het LEVEN van den

1664. De Wits antwoordt.

Zie les Memoires toucbant les Ambaffadeurspar IVikkefort. p.

397-198. in is.

Da Ruiter vindt zich verlegen met de drie Engelfche fcheepen , die hy by de vloot hielde. Geeft hun verlof om

keur van vrienden, antwoordde op deezen zin: Ik kan u verzekeren, dat de Staaten van Hollandt aan de Ruiter geen laft hebben gegeven, daar de Koning uw mee ft er ongeruft over behoeft te zyn: en wat de Staaten Generaal aangaat, daar van behoef ik u niet te zeggen; dewyl daar niet omgaat V geen gyniet uitvorfcht: zoo dat gy V uit my niet behoeft te hoor en. Op dit zeggen verzeekerde Douning, die in Engelandt den naam hadt dat hy geheel Hollandt regeerde, aan zynen Koning, dat de Ruiter niet naar Guinea was gezonden. Doch toen 't anders bleek, klaagde hy, dat de Wit hem hadt bedroogen, en met klaarc woorden verzekert, dat men zulke ordre aan de Ruiter niet hadt gezonden: want hy vondt geen ander middei om zich t'ontfchuldigen, weegens 't onwaarachtig bericht dat hy den Koning hadt overgefchreeven. Dan 't liep zoo lang aan eer men in Engelandt dc rechte zekerheit kreeg van dentoght naar Guinea, dat het te laat werdt om daar tegens te voorzien. Maar laat ons de Ruiter weêr volgen, die, gelyk verhaalt is, van Kabo Verde, oft eilandt Goereê, naar Guinea was t'zeil gegaan. Naa vier daagen zeilens, vondt hy zich met de drie gcballafte Engelfche koopvaardyfcheepen, die hy met zich voerde, de Victoria, de Sinte Martha, en de Dolfyn genoemt, verleegen; dewyl ze zoo flecht by zeilagie waaren, en de Hollandtfche fcheepen, die hen dikwils moften inwachten, in hunnen voortgangk verhinderden. Derhalven werdt, met kennis en toeftemming van den gantfehen Krygsraadt,

goedt-