is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en bedryf van den heere Michiel de Ruiter.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 Het LEVEN van den

1664.

M tkleene vordering.

Dies werdt 'beflooten naar Siërra Liona te zeilen. 27 Nov.

weêr, van elkanderen geraakte, dat dan de vergaarplaats zou zyn voor *t kafteel del Mina:' dat ook elk by dagh en nacht zoo veel zeil zou voeren als hy kon, maar in alles zeemanfehap gebruiken. Doch de Zuidtzuidtwefte winden, en de daagelykfche ftilte, waaren hun zeer tegen, zulks dat ze in tien dagen tydts weinig of niet vorderden: ja zy bevonden, dat ze federt den drieëntwintighften tot den zevenentwintighften van November, alle daagen aan de bekoome breedste hadden verlooren, fchokkende geduurig naar 't ooft. Derhalven werdt by de Ruiter en den Krygsraadt der vloot beflooten, dat men den koers zoude ftellen naar Siërra Liona: om daar het volk, dat ten meeften deele, geduurende de gantfche reize, niet aan landt was geweeft, eenige daagen te ververfchen, de fcheepen fchoon te maaken , water in te necmen, en zich van brandthout te voorzien: en dat te meer om dat men van daar langs de kuft naar del Mina geen bequaame ververfchplaatzen meer zou vinden; ook om dat 'er Hechts voor vyf weeken water in de vloot was, en dat men 't ondertuffchen bczwaarlyk zou konnen bekoomen. Sedert zukkelde de vloot noch eenige daagen door ftilte, tegenwinden en tegenitroomen, niet zonder bekommering, door d'onkunde en onervarentheit der Stuurluiden in dat geweft. Doch zy werden naa eenigen tydt zeilens gewaar, dat het alle glaazen by voeten drooghde, 't geen hunne omzichtigheit vermeerderde. Daar quaamen daagen dat men alle glaazen het dieploot wierp om den grondt

te