Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L. Admiraal ÜË RUITER. 51 5

Moog. den voornoemden Raadtpenfionaris voor des zelfs zonderlinge vigilantie f , yver, directie % en goede conduite % ontrent het ernploy | en fecuriteit % van rs Landts vloote, van tydt tot tydt toegebraght, bedankt, en zich alle het zelve wel laaten gevallen, gelyk haate Ed. Groot Moog. den zeiven daar voor ah noch bedanken, en de gefielde ordres, mïtsgaaders de gepleegde conduite, zich in alles wel laaten gevallen by deezen; met betuiging dat haare Ed. Groot Moog, de geleede rampen en fchaade ter zee geenfins aanzien ofconfidereren als effecten van eenige de minfle difordre, verzuim ofte quaade toezicht, die by de Heeren haare Hoog. Moog. Gedeputeerden zouden weezen gepheght, maar alleen en puir als een kaflyding, die de goede Godt deezen Staat, en den ingezetenen van dien^ weegens haare meenlghvuldige zonden, oogenfchynlyk heeft gelieven toe te zenden.

Ontrent deezen tydt hadden zommigen ecnig bedenken of men de vloot niet zou moogen opleggen. Doch de Raadtpenfionaris voerde daar op den Penfionaris Vivien in zeekeren brief* dit volgende te gemoet: op de vraage, in V einde van uw Ed. brief van den twintigften deezer gedaan, zoude ik van gevoelen zyn, dat de Staat wel zonder ondienft van V gemeen, en zonder difreputatïe \, hadt konnen refolveren de'vloot op te leggen, by zoo verre het Godt belieft hadde de zelve vloot met de byweezende Ooftindifche en andrekoopvaardyfcheepen behouden in V vaderlandt te laaten koomen; maar nademaal het zyne goddelyke wille is geweefi de zaake nu anders te laaten Kk a uit*

en toezenr» jen.

35 Sept. \ IVakkcr. 'jeit. % Beftie-

ring.

* Goedt be. 'eidt.

+ Beirsf. % Fergéi* kei tng,

VoörfiagJi van de vloot op te leggen.

* 25 Septt

f Oneere*

De Raadt*

penfionaris de Wit is yan gevoe* ien dat men d'EngelrshevlooS

Sluiten