Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene plaats den azijn als tusfchen beiden befchrijft (*), beweert egter op andere plaatzen , dat deszelfs verkoelende hoedanigheid de verhittende ongemeen overtreft , cn dat door de vermenging met water dezelve geheel daaraan benomen word (f).

Ten tweeden.bezh dezelve eene ontbindende kragt. ■ De proef, welke men in laater tijden genomen heeft met het gieten van azijn op bloed, heeft het verfchil over deze hoedanigheid beflist (§), welke celsus reeds volmaakt kende, zonder de proef genomen te hebben (**). Hier komt nog deszelfs deel-en ontbindbaarheid in ons lichaam bij, waar door zijne ontbindende werking zo zeer word onderfteund.

(*) De fimplicium Medicament, facultat. Lib. I. Cap. XXI.

(t) Ibidem Cap. XIX. XVIII. & Lib. VIII. Art. oxos.

(§) Onder de cigenjchappen van den azijn reken ik ook (jiiet tegenjlaande veele in een tcgcnovergejlcld denkbeeld tijn) deszelfs verdunnende kracht; want indien men denzeiven met bloed of deszelfs wei vermengt, worden deze wiet verdikt, maar in tegendeel verdund, ook worden ''er door zodanige vermenging gecne klonters geboren, integendeel worden verdikte ftojfen door dezelve opgelost.

(**) Ik onder fel (zegt celsus) , dat de azijn buiten zijne verkoelende ook tevens eene verdunnende eigenjchap bezit; uit dien hoofde is het ook zeer waarjchijnlijk, dat dezelve door deze eigenfekap eene in het mcnjchelijke lighaam plaats hebbende verdikking der vochten ver. dunt, en den lijder op deze wijze herftelt.

Sluiten