Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23a -—-1-

heid voorzien heeft, dat ik geen meer proeven heb kunnen doen.

Ik heb insgelijks de caryophillata bij vijf lijders aan de vierdendaagfche koorts beproefd, van welken zij er drie volkomen herfleld heeft. Doch ik bevond ook , dat zij de koorts niet eerder wegnam , dan na dat eene hoeveelheid van zeven of agt oneen genomen werden, IIc gaf dezelve namelijk in poeder tot een half drachme alle uuren, en daarenboven, wijl ik in de toenmalige hardnekkige vierdendaagfche koortzen van dezelve niet meer mogt vorderen, dan van de kina zelve, alle morgen zes grein kalomel met een half drachme koortsbast. Bij de twee andere lijders deed zij wel eenige werking , de aanvallen der koorts veranderden derzelver loop , werden gematigder en bleven ook zomwijlen weg; maar zij konden niet geheel weggenomen worden, en ik moest derhalven mijne toevlugt tot den koortsbast nemen. Zo veel blijft ondertusfehen zeker , dat de caryophillata een middel is, welk ten aanzien der koortsverdrijvende kragt zeer nabij de kina komt, en volftrekt verdere nauwkeurige proeven waardig is.

Sluiten