Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Li Admiraal DE RUITER. 33

Haaf öp al t'zaamen voor hünné goedtwlllig- 1666. heit bedankende, voegde daar by, Ik yerhoope dat gy met der'daadtuwe dapper heit-zult laaien blyken. Toen voer elk welgemoedt weer naar zijn boordt. Men hadt ook goedtgevonden zich met de vloot geduurende den Ooftelyken windt niet door de Hoofden te begeven; op dat niemant, door eenigenramp aan roer of maften, op des vyandtskuftmoght bezet blyven; dewyl men op de Franfche kuft ^ van Kalais af tot Havre de Grace toe $ niet een haven hadt om een zwaar fchip te konnen bergen. Dies zocht men d'Engelfchen in de vlakke zee t'ontmoeten en te bejegenen. Den ïiMüfa volgenden geheelen nacht hadt men ftilte, en den elfden van Junius kreegh men 'smorgens verandering van windt ^ en ftyve koelte uit den Zuidtweften. Dies moft men, hebbende windt en ftroom tegen, 'smorgens vroegh d'ankers laaten vallen. Dit gefchiedde tus- De vlo°fchen Duinkerken en Noordtvoorlandt (den r ^n^r hoek van Engelandt, die tuflchen het kanaal kerken en" en de riyiere van Londen uitfteekt), ontrent Noordtzéven of acht mylen Ooftzuidtooft van d'En- voorlandt, gelfche kuft. Hier leggende, werden de Ne- D~ buiten.

derlandtfche buitenwachten d'Engelfche oor- Vvacl]ten 1 1 ö worden

logsvloot ontrent ten negen uuren gewaar, d'Engel-

en gaven dat met het gewoonlyk fein te ken- fche vIocjï

nen^ waar op zich een yder tot den ftrydtbe- gewaar

réidde. D'Engelfche vloot was weinig daa-

gen te vooren in Duins ten anker gekoomen,

en op deezen dagh, moogelyk op d'ontfange

kundtfchap van 't naderen derNederlandtfche

vloote, van daar in zee gefteeken. Ontrent Het fchïa

ten tien uuren verloor het fchip Gelderlandt, G.'lder- *

III. Deel. C \

Sluiten