Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(»9>

acht neemen, waar van ik de eerjle, met den geleerden Mead, Lep. tin ftelle te zyn, de moeielyke doorfiikking, de tweede, afkeer en vrees voor vogt.

Wanneer de lyders tot die onoverwinlyke Watervrees gekomen zyn, zo is 't juist zo vreemd niet, dat zy op het enkele gezigt of hooren noemen van water trillen: nademaal ook gezonde menfchen op 't gezigt of hooren noemen van walglyke dingen, kwalyk worden en beginnen te bra* ken»

Blinkende zaaken zyu voor den Lyder eeven verfchrikkelyk, om dat zy hem het denkbeeld van water hernieuwen.

Gelyk wy op pag. 8. gezegt hebben, dat de watervrees, anderfints hetkenfehetzend teeken dezer ziekte', in 't beloop van deze ziekte zomtyds is agter gebleeven, zoo heeft men ook de watervrees waargenomen, niet alleen zonder Hondsdolheid of razernye, maar ook zonder voorafgegaane beet of befmetting.

Wy lezen dat dezelve voortgebragt is door toom, zoo verhaald [de beroemde van Swietin L c. § 1130. van een jongeling 29 jaaren oud, van eene heete en drooge gefteldheid, (*) welke zodanig in toorn uitberftede, dat hy in zyne eigene vinger beet en 24 uuren daar na aan de watervrees overleed.

De onftervelyke Boehhave Z. c. Hal-

kr:

C~) Temperament.

Sluiten