Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 21 )

LIEBHART.

Och nein genadige Mefrau, die brief ist mir durch

ein matrozen überrêicht worden.

TANTE EERHART.

Zoo en gaat gy nu wederom naar Hamburg?

LIEBHART.

Nein genadige Mefrauw mein herr hat mir ein brief gefchreben, ich foll ihm warten zu Amfterdam.

TANTE EERHART.

Weet gy niet of hy alleen komt, dan ofhy gezelfchap medebrengt ?

LI E BH ART.

Ich weis es nicht Mefrauw ! ik musz ein beftes Zimmer klahr maehen (hy ftaat op.) hatt die genadige frau noch etwas zu befehlen?

TANTE EERHART.

Zie daar voor uwe moeite ( zy geeft hem een puk VYFDE TOONEEL.

TANTE EERHART alleen.

Die brief ontroert my. — Het antwoord van dien bediende — het raadzelagtige van dien fchat. ~ Het klaaimaaken van dat best vertrek. -— Het hier blyven van Liebhart. — Hemel! wat ontdek mv dit alles. Frederik! beste Frederik! zoud gy in ftaat zyn om van het vóetfpoor af te wyken ! dat uw deugdzaams Vader fteeds gedrukt heeft! zoud gy gevoelloos genoeg zyn , om niet meer aan die geloften te gedenke.,, die gy hem fchreiënde plechrg deed; toen hy voo- eeuwig gedwongen werd u te verlaarcn. En de traanen van eene ftervende Moeder, waar mede zy u op haar doodbedde bevogtigde — die dier.'-aare traanen ! zouden die reeds zoo zyn opgedroogd, dat zy uwe branden te driften niet meer in ftaa- zouden Z"n uitte blusfehen. Ach! waardig jongeling, afftammeC 3 ling

Sluiten