Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ 22 i-~m^

zijne fcbaapen en hoorenvee, die hij in eene verbaazende menigte bezat, gadefloeg, en zijne overige uuren aan den landbouw befteedde, kwam maar zelden aan geene zijde van het Meir. Nimmer hadt hij Roosje ontmoet, doch Rijkje hadt zo dikwijls van haare fchocnheid en bevalligheid gefproken, dat Feerijk, die alle beminlijke meisjes met hetzelfde welgevallen befchouwde, doch geene boven alle beminde, uitgelokt wierdt,om haar te zien en haar te kennen.

Naauwlijks hadt hij het fchuitje vastgebonden aan een' boomftronk en zijne zuster bij het uitflappen de hulpvaardige

hand

Sluiten