Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Ehp. 6. vs. 17». 113

I. A. 2. «, l. ï.

welkers dadelijk bezit Hij hen dclt. AA. De Zaligheid, met opzigt op een. Uitverkoren Zondaar bedaat in bevrijd tc zijn van 't hoogfle kwaad, en gedelt te zijn in *t genot van \ Hoogfle Goed. Het Hoogfle Kwaad is gelegen in de Zonde, die fcheidinge maakt tusfchen God en den Zondaar, en m de hittere gevolgen de ftraffte der Zon? de, wanneer de Heilige en Regtveerdige God den Zondaar doec ondervinden, wat 't zij , een oneindig Goed ;verfmaad en eene oneindige Magt 'getergt ts hebben.

Het Hoogfle Goed heiraat in de gemeenfcbap en gelijkfonnigheid met den Volzaligen en Algenoegzamen God in Christus,- in den Vreede met God, in do kennisfe en liefde Gods , en in dc ondervinclinge van Gods gunste tot volmakinge van dc blijdfehap, en vervullinge van alle de fchatkameren der Ziele.

Van 't Eerfle nu , 't hoogde kwaad bevrijd te ziju, en tot 't bezit van 't laatfte 't Hoogde goed overgebragt te zijn is de ware Zaligheid.' Het een en ander heeft zijnetrappen; en dus is er een aaiu vankelijka en volkomtne Zaligheid,

BB. Mier ter plaatze, cm dat dc Zaligheid hier voorkomt, ais iets dat de Gelovige noch hopen, moet men door de Éaltgtfieid verft aau de volkoivetie Zaligheid van des Heeren Volk na dit leven , de Eeuwige Zaligheid, en die mag mCt vt hoogde regt de Zaligheid genoemt worden.

O 3 NN. O

Sluiten