is toegevoegd aan uw favorieten.

Een christen tot den strijd gemoedigt [...] of Eene verklaringe over Eph. 6. vs. 10-19.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ever Pfalm 143: vs. 7. 149

l.A.ï.B.a.

gelijk wij reeds gezien hebben uit Spr. 15: 12. De uit gefielde hoope krenkt 't harte.

b. Wanneer nu den fpreeker zegt. Mijn geest is bezweeken,

1. Zo geeft hij daar mede te kennen, dat hij zulk eene brandende en onuitblusfchelijke begeerte en verlangen hadde na de verhoringe van zijn gebed en fmeekingen, dat zijn geest'er geheel door afgemat en als uitgeteerd was; dat 'erbij hem geene zielskrachten meer overig waren, om de bittere aanvallen van den vijand zijner ziele, die zijn leeven ter aarde vertreeden hadde, te kunnen uitftaan. Zijn geestelijke leevenskrachten waren zo aan 't kwijnen, zijne fterkte was zo vergaan, dat hij zich nauwlijks konde opbeuren. De vijand zijner ziele maakte het hem van alle kanten bange, hij ruiste die regte leevendige,betamentlijke en heugelijke werkzaamheden, waar in 't leeven van den geest te vinden was, en daarom, geen hert kon meer fchreeuwen na de waterllromen, geen mat en dorftig land meer verlangen na den verkwikkelijken reegen, als zijn geest bezweek van verlangen na des Heeren heil.

2. En daarom zoude het langer uitftel van verhoringe hem ondraaglijk vallen, waarom hij begeerde, verhoort mij haastelijk Heette! Mijn geest is van verlangen uitgeteerd, ik ben magteloos en kragteloos, ik weet mij niet te redden, zo gij niet toefchiet tot mijner hulpe; maar mijne ziele kleeft

K3 V