is toegevoegd aan uw favorieten.

De groote catechismus van doct. Martinus Lutherus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80 De groote Catecbism het IV. Gebod.

doen wat ze konnen Daarom ftrafcze ook God, datze in allen jammer en elend geraak n Men ziet ook , dat de Ouders bykans zelfs nitts weeten en geheel onkundig zyn ; en zoo gefchiet 't, dat de eene zot den anderen onderricht, en gelyk de Ouders geleefd hebben , ook na. derhand de kinderen zoo leeven-

Dat (zeg ikJ behoorde nu het eerde en grootfte te zyn , dat ons tot dit Gebod zoude aanzetten, om wiens wille, als wy Vader- en Moederloos waren, zouden wy wenfchen, dat ons God hout en {teen voorleide , dewelke wy Vader en Moeder roemen mogten. Hoe veel te meer zullen wy blyde zyn, terwyl Hy ons levendige Ouders gegeeven heeft, dat wy mogen bewyzen eere en gehoorzaamheid! wetende dat het de groote Majefleit en alle Engelen zoo zeer behaagd, en alle Duivels verdriet. Daar by het hoogfte werk is dat men doen kan, na den voornaamften Godsdienst, in de voorgaande Geboden begreepen ; zoo dat aalmoesfen uitdeelen, en alle andere werken omtrent den naasten , dezen noch niet eens gely. ken. Want God heeft dezen ftaat boven aan geplaatst, ja in zyn plaats op Aarde

ver-