Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1/6" IV. HOOFDST. IV. AFD. VERBLIJF'

gen, welke uit eene vaste lava bedaar, waarin nog duidlijke fpooren van haaren voorigen vloeibaaren itaat zich vertoonen. Deeze lava is teffens zeer zwartachtig, en met veele ijzerdeeltjes bezet. Op een gedeelte van den weg, daar voorbij loopende, ziet men zwartachtig dof of poeier, gelijk het. (tof van fteenkoolen Dit ■Hof ontfbat, waarfchijnlijk, uit lava en ijzererts, die in Hukken gereeden en door de wielen der wagens gantsch verbrijzeld is Doch, wanneer 'er nu tegenwoordig nog in die gewest, wijd en breed in 't rond, onderaardsch vuur of hicce verborgen zou zijn, ware hec dan niec zeer geloofbaar, dac deeze op den buitenden rand der aarde zoo fterk werke, dat een groot gedeelte der vochtigheid van dezelve deels in dampen vervliegt, deels in de reeten en klooven der aarde, hier in menigte te vinden , opdroogt? In deeze gisling werd ik daardoor ver fterk t, dat, offchoon in deeze ftreek van Afrika zeer veel regen vale, zoo dac ook, geduurende hec regenachtige jaargetijde, de rivieren ras uic haare oevers treeden, de meeften van deezen in den zomer

echcer geheel uidoogen. ' Putten zijn hier

niet; bronnen zeer weinig: daarentegen eene menigte uicgeftrekte zandvlakten en hei, naakte bergen en dergelijken; al liet welk ce famen genomen dan ook veel daarcoe bijbrengc, om aan die land het aanzien van het dorde en dorftigde, welk ik ergens op den aardbodem gezien heb, te geeven. —- De warmte deezer luchtdreek is niet zoo uitneemend groot, dat zoodaanig eene dorheid zich daaruit zou laaten verklaaren. Eene onderaardfche hicte als de oorzaak van dit verfchnijfel aanteneemen, fchijnt mij des ce minder

on-

Sluiten