is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leeven en de lotgevallen van Abeillard en Eloïze

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

022 )

overigen mijner fexe gefield, beklom ik flechts den hoogften trap van eer en aanzien, om van denzelven in eenen grondeloozen poel van ellende te worden nedergeworpen. Ach! welk een verfchriklijk geval! Waar was de Vrouw van geboorte of rijkdom, welker geluk met het mijne konde vergeleken, of wie van heur konde zoo vernederd, of zoo zeer door fmarten verteerd worden? Hoe hoog rees niet mijn geluk, maar hoe laag zonk ook hetzelve door U! In beiden gevallen warde fortuin onmaatig jegens mij. Zij maakte mij gelukkiger dan allen, om mij rampzaaliger dan eenig flerveling te maaken. Bij de overweging van mijn verlies vloeien mijne traanen zo veel te fterker , naarmaate ik de grootheid van mijne verloren genoegens befchouwe ; terwijl mijne fmart zo veel te grievender wordt, naarmaate het bezit derzelven mij dierbaarer geweest is. De houirfle wellust moest in de bitterfte droefheid eindigen.14 „ En , om mijnen toeftand volflrekt wanhoopig te maaken, heeft men alle regels van billijkheid omtrend mij verwaarloosd; want, toen wb met elkander verboden lusten involgden, verfchoonde ons

de