Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 de OPVOEDING der JEUGD,

beteugeling, onze menschlvke driften die niet zelden gelyk zyn aan tooineloozc paarden, zouden te verre gaan, om ons niet alleen op het fpoor der waarheid te laaten dwaalen, maar ook om ons van de waare deugd aftetrekken, en ons in het ryk der dwalingen en op den weg der ondeugd te brengen ; daarom men zeggen moet: onze verftandlyke vermogens behoeven regels van opvolging , zonder welken wy als paarden zonder toom en teugel zouden voordrennen , en ons niet gemaklyk in onzen loop laaten ftuiten; ja door welke legels uit het oog te verliezen, iemand zyne natuurlyke vryheid te veel, dat is té o^maatig zoude gebruiken: weshalven wy dit vastftellen: „ voor het menschdom „ zyn regels die het in dien ftaat waarin het zi§.bevindt , „ behoort optevolgen ::' deeze vaste gronder, van noodzaakly-'-heid , om r"gels optevolgen, toegepast op de opvoeui g der je gd, zullen wy verüer traenten aantewyzen, wanneer wy van de voord .-elen enfchadelyk heid der opvoedingen deeze verhandeling,zuUenfprccken, Zeer verfchill.nd is de bepaaling, d;e des tundige Schryvers, welken over de opvoeding der jeugd gefchreven hebben , van de woo.rden opvoeden en.opvosding geevcn; dan , wy vernoegen ons met onze eigene bepaaling, en verftaan er door: „ De opkweeking en vorming , van onze verftandlyke vermogens, tot \ bevordering van onze gezondheid, in zo verre als de Natuur onze verftandlyke vermogens buigbaar, laat in onze jongheid, om dezelve door bekwaams.

Sluiten