is toegevoegd aan uw favorieten.

Weekblad voor den zoo genaamden gemeenen man, uitgegeeven door het departement van Stad en Lande, behoorende tot de Maatschappy tot nut van't algemeen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I 228 )

'tls zoo, B. vestigt zyne aandacht ook wel eens op Zyne meer bevoorrechte natuurgenooten; maar dan 'beichouwt hy hun lot juist niet als zoo veel be^erlvker. „ Wie weet, denkt hy, of die menfchen meer é, wezenlyk geluk genieten dan ik? of zy me°r ver„ genoegdheid bezitten? of hun het eeten en drinken s, lekkerder lmaakt? 'tfs toch niet in den overvloed >» gelegen, dat iemand'recht weltevreden maakt. — », Men hoort wel eens den werkman zingen , te'rwyl 3, de rykaart door allerlei zorgen bekneld wordt." —-

3.Befchoum uw lot en omftandigheden veel aan de peordeeltgfte zyde.

Deeze regel hangt insgelyks met den voorgaanden nauw famen. De betrachting van den zelven zal ook niet minder ons genoegen bevorderen. Ik wil u dit fnet een paar voorbeelden bevestigen, die ik my herinner ergens geleezen te hebben; en waar uitgy myhe meening aangaande deezen regel duidelyker zult begrypen. ■ J

Het eerfte voorbeeld is een man, die deezen regel Jmoefende. Hem was, naamlyk, in een' nacht, icco Gulden geld uit zyn kabinet geftoolen. Een zyner goede vrienden 111 zyne buurt, dit hoorende, fpoedt zich naar hem toe, om dat hy hartlyk deel aan zvn ongeluk nam. Hy ftelt zich den man als zeer bedroefd Voor; doch by hem komende, vindt hy hem, tot Zyne, bewondering , meer dan gemeen blyde. -■ », Hoe! heeft men u niet beftoolen?'» vroeg hem zyn vriend. — „ Ja, was 'tantwoord, de dieven hebben s, myn kabinet opengebroken , 1000 Gulden, die in ,, eene lade voor de hand was, hebben zy er uit >, nomen; maar icoo daaler, in een andere fade hét

*' u ü MyVtot !nyn ge!ük* niet gevonden! hoe ligt s, had ik die ook kunnen kwyt raaken! nu heb ik de s, grootfte part nog behouden! hoe is 't mo^elyk?

Deeze man hield zyne gedachten meest Vvestigd fep het.geld dat hy nog behouden had, en dit ver! Wekte in hem zoo veel vreugde , dat droefheid over tgene hy kwyt geraakt was, geen plaats konde vinden.

Het tweede voorbeeld is van een geheel andere natuur; van een man, die, op eene verregaande vvvze het tegendeel van deezen derden regel uitoefende. Te

wee *