Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 232 >

Alzoo marsch! allen riepen: och! dat zy zich toch lieten gezeggen! Vermetelheid doet nooit goed! 't is waarlyk jammer om het jonge bloed! doch, dit alles baatte niets: men ging rustig voort. Welke zotte redeneeringen nu in dien tusfchen-tyd in den kroeg omgingen, en welk eene flechte verwachting men had van de uitkomst der zaak, kunt gy ligtlyk uit het, volgende opmaaken: alle aanweezenden fchudden geweldig hunne hoofden; neen, zeide de een zoo iets is wel nooit gehoord! indien dit goed afloopt, — fprak een ander — dan heb ik niets in te brengen! cn een derde liet zich hooren: neen, wie zich niet wil raaden laaten, dien ftaat ook zich te helpen! ja, ceil vierde fchroomde niet te zeggen: heb ik 't niet altyd gezegd! onze Smid is een deugniet! hy is een vrygeest! ja, hy ma£ zelfs wel een So-fo-ciaan (Sociniaan wilde hy zeggen) zyn! het blykt ten minsten, dat die karei geen God gelooft , om dat hy geene Spooken gelooft. En wat diergelyk gezwets meer was»

(Het vervolg in het volgend Nommer.')

Tc Groningen, by W. ZUIDEMA. 1800. Bockverkoopcr aan dc Brcede Markt op de hoek van het Kleine Koude Gat.

Sluiten