Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WEEKBLAD

VOOR DEN ZOO GENAAMDEN

GEMEENEN MAN;

Nr. i86\

eene spookgeschiedenis.

Eene Vertelling van eenen vader aan zyn beidt Zootien hendrik en willem.

QPrervolg van Nomtner 185.)

Intuflchen gingen de Student, de moedige Snnd ende 4 jonge heden, welke van den Smid waren overgehaald en nu met durfden achterblyven, uit vreeze van anderzins befpot en befchimpt te vvoraei met malkanderen voort. _ Thans kwamen zy om den hoek van het Kerkhof. Help hemel! daar ftond het lange witte fpook in.lcevensgroottc De jonge lieden nepen: myn God! ziet gy'twel! daarftaithc?' God zy met ons «riet toch de vuurige oogen ! a waaiï lyk, het heeft geen hoofd! Zie eens, hoe 't immer grooter word. Zelfs de Student, in den eeffteiloS fïag wat ontzet zyncle ftond vreemd op te kvken maar, — de jonge lieden van verre geplaatst — en hun crrjfhg belast hebbende, om niet wegtegaan, ee? hy weder tot hen was gekomen, ging, ander het geleide van den Stnjd 1 wel£ 'eclte?' 0$ ïniS

Ü Studci£ n«* ver van het fpook, hy riep: Werda? Geen antwoord —- doch zoo dra hv

lm a£ Sr""" H °? " onverwth ï

IV. Deel- §eWcldlgcn flaSrvoor 't hoofd, dat hy ach" £ ter

Sluiten