Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148 GESCHIEDENIS der

de wegzending der tegenwoordige Staatsdienaars, en het te rug roepen des Heeren Necker. De Commisfie tot het opflellen wierd gelast, ingevolge daar van, een Adres te vervaardigen, 't welk ten half acht uur wierd geleezen; waar na de Koning ten tien uuren des avonds deed aankondigen, dat hy bezig was, met het fchryven van een brief aan den Heer Necker, een verzoek aan denzelven behelzende, om weder te keeren: zynde voorts het verzoek des Monarchs, dat de Vergadering een brief fchreef van zoortgelyken inhoud, en de beide Misfives deed bezorgen; waar aan ook aanftonds wierd voldaan. Ondertu<fchen begreepen de afge» dankte Staatsdienaars, de Graaf d' Artois, de Hertog de Polignac , de Maarfchalk de Broglio, en verfcheiden andere, die gehouden wierden voor de voornaame Raadslieden des Konings , dat zy den haat des Volks hadden te duchten, waarom zy naar een goed heenkomen omzagen, en herwaard en derwaard vluchteden.

Naauwelyks hadden de Franfchen het eigendunkelyk gezag, waar onder zy zuchtteden, met zo veel voorfpoed, aangegreepen, of 'er openbaarde zich eene diergelyke geest by zommige hunner Nabuuren. De eerfte, welke de Franfche voetftappen navolgden, waren de Luikenaars, die voorzeker reden hadden van te klaagen, dat de rechten des Volks, van tyd tot tyd, waren opge-

pfferd j

Sluiten