Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

342 GESCHIEDENIS der

memweering tegen de Vryheid der Natie, en aan eene misdaad tegen de algemeene veiligheid van den Staat? Toen de Hemmen waren opgenomen, bleek, dat, van de 719 tegenwoordig zynde Leden, 693 die vraag met Ja hadden beantwoord, terwyl de overige geweigerd hadden hunne Hemmen te geeven, of dezelve gegeeven hadden met bepaalingen. Bygevolg maakte de Voorzitter der Vergadering het befluit op, dat men Lodewyk voor fchuldig, en overtuigd van de genoemde misdaad, verklaarde. Zodanig eene beflisfing deezer vraage, had men in het algemeen wel verwagt, doch niet op de volgende: Zal men tot de toepasfing der ftrafe overgaan tot de lerotping van het Volk? Roberspierre, die de eerfte moest ftemraen., oordeelde, dat men in deezen geene beroeping op het Volk, of deszelfs grondvergaderingen, moest doen; terwyl andere van het tegengeftelde gevoelen waren, en daar door eene groote verwarring in de Vergadering ontftond. Maar eindelyk tvierd ook dit, met eene genoegzaame meerderheid, naar de begeerte van Roberspierre en de verdere Opperhoofden der geftrenge Volksparty, beflist. Veele namen het intusfchen euvel, dat de geweezen Hertog van Orleans, die, om het Volk te vleien , onlangs den toenaam van Egalité had aangenomen, zich by deeze gelegenheid, met drift, tegen zyn naasten bloedverwant, den Koning, verklaarde. Niet weinig wierd ook hier door het algemeen vermoeden bevestigd, dat zyne Volks-

ge-

Sluiten