Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 518 )

den post, zy zweefden fchemerend over den grond als nevelen die 's avonds uit een' ftroom opftygende, zich over den vochtigen bodem verfpreiden, en zich aan de hielen des huiswaarts keienden landbouwers hechten. Aan hunne fpitfe ging Gods vlammend zwaard, vreesfelyk glinfterende als eene komeet; door eene fyne verfchroeijende hitte en damp, gelyk de Iuchtftreek van Lybië verzengt, wierd dit gematigd klimaat ontftoken. Schielyk greep de engel onze dralende voorouders bij de hand, en leidde hen onmiddelyk naar de oostpoort, en vervolgens den heuvel af naar de beneden liggende vlakte, toen verdween hy. Zy zagen om, en ontdekten dat de gebeele oostzyde van het Paradys rog onlangs de zetel van bun geluk, geheel overZWaaid wierd door hef vlammend zwaard, en de poort met aklige geftalten en vurige wapenen bezet wa- Eenige natuurlyke traanen omvielen hunne oogen, maar zy wischten die fpoedig af. De gebeele waereld lag voor hen open, om daarin eene verblyfplaats te kiezen, en de Voorzienigheid was hunne gids. Hand aan hand gingen zy met langzaauie 1'chreden uit Eden hunnen eenzaamen weg.

Sinde van het Twaalfdt ef leatjle Gezang*

Sluiten