Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2l6 DE EIRST36

„ weet, met welk een vermaak ik uw bekoor„ lijk itandbeeld met bloemkransfeu zou omhan„ gen; maar gij weet ook dat een wreed nood„ lot mij niet alleen dat kostbaar beeld, maai „ tevens deszelfs beminlijken maaker ontrukt „ heeft! helaas! o godin der kuifche liefde! „ zal het dan aan een ongelukkig meisjen, dat „ van de zuiverde liefde brandt, nooit meer ge,., oorloofd zijn, om den waardften der minnaars

te zien! o Venus, zal ik niet meer, in ver„ ecniging met edon, een lied, u ten lof,mo-

gen zingen!"

Dit zeide zij, en liet haare oogen weiden over de vreedzaame oppervlakte der zee. Zij verbeeldde zich eenen kleenen boom naar den oever te zien naderen , die overeinde op het water dobberde, en boven welken roozenkleurige wolken uitgebreid waren. Duiven en kleene vlinders vloogen, hem vooruit en zilveren golfjens vormden, fpeelend, kringen van verfchillende kleuren. Ondertusfchen naderde die kleene boom langs hoe meer. Weldra kon men

een'

Sluiten