Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDRIK , VRIJHEER VAN DER TRENCK. J

Men bleef echter niet alleen bij dode boeken , die alléén de hersfenen opvullen, en den geleerden vormen. Men arbeidde te gelijk aan het hart, aan het zedelij. ke, aan de zedelijke gevoelens van den jongeling.

Van den Katechismus was mijn onderwijzer geen liefhebber. Ik had reeds te veel den Bijbel gelezen, en maakte hem tegenwerpingen, die hij meestentijds met zwijgen en lachen wederlegde. Daarentegen werdt mij Deugd, Befcheidenheid, Matigheid , Beheerfching mijner driften, Grootmoedigheid, Menfchenliefde, Patriotismus, Eergierigheid, Burgerplicht, en Redelijkheid bij iedere gunftige gelegenheid ingeprent.

Mijne ouders en leermeesters waren van de Lutherfche belijdenis; gevolgelijk leerde men mij niet geloven , dat men booze werken met goede vereffenen kan, dat men door huichelen voorbidders in den hemel bewegen kan om arme zielen te verlosfen, noch dat men alles blindelings aannemen moet, wat de Priesters willen. Ik kende Rome uit de fchandelijke Kerkelijke gefchiedenis, en heb ten allen tijde enen ongeneeslijken haat tegen Dwang, Bijgeloof, en Bedrog in mijn hart gevonden.

Van de lóflijke Duivelsgefchicdenis, van fpoken, dolende fchimmen, en bezetenen was mijn meester ook geen liefhebber; gevolgelijk heb ik in mijne mannelijke jaren gene vooroordelen te beflrijden gehad, welke meuigen vatbaren kop in zulle een doolhof verwarren, uit het welk ten laatften een vrome booswicht, een dweepzieke dromer , of tegengefteld, een losbandig Atheist te voorfchijn treedt. Eeuwigen loon, eeuwigen zegen wensch ik voor de^e weldadige wijze van opvoeding aan de fchimmen van mijnen verlichten va» der, en van den man, welke gekoren werdt om mij te A 4 vos*

Sluiten