Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDRIK, VRIJHEER VAN DER TRENCK. aOj:

,, ron peijAczewitZ; zijnen vriend, verblijven; „ doch aan hem jaarlijks de rekening zijner „ beambten toegezonden worden." ——

Hij was en bleef dus tot aan zijnen dood Heer, en behieldt het regt, om over zijn vermogen te disponeren.

Dat hij nu op het einde van zijn leven, toen hij den dood verwachtte, zijnen Advocaat, Doftor berger , tot zich uit Weenen na Brünn riep; dat hij: door denzelven de Monarchin verzoeken liet, om aan den Commandant van den Speelberg te bevelen, dat hij getuigen en alle vereischte plegtigheden toe zou laten , welke een testament wettig doen zijn ; < dit heet juist niet, om verlof tot het maken van een testament bij het Hof verzoeken. In alle gevallen is hier uit ook gene tegenwerping te maken. Want hare Majefteit de Keizerin gaf uitdrukkelijk bevel, dat men trenck alle vrijheid, om zijn testament te maken, geven zoude. Zij gaf hem zelfs verlof, om, als het hem behaagde, ten einde in zijne krankheid beter opgepast te kunnen worden, zich na de Capuciners te laten transporteren. Dit was toch reeds zoo goed als

vrijheid; — of fchoon hij 'er geen gebruik vao

maakte.

Het was dus volflrekt de vraag niet, of hij een tes» tament maken konde; maar zijn Advocaat hadt alleen commisiie, om de Monarchin te verzoeken, dat zij dat geen, wat volgens de Hungaarfche Rechten bij dea aankoop der Heerlijkheden Velika en Nuflak verzuimd was, dewijl hij tot dien tijd toe den bij de lands wetten vereischten confenfus regius daar toe niet gevraagd hadt, door hare genade fuppleren wilde; dewijl aan

zij-

Sluiten