Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDRIK, VRIJHEER VAK DER TREKfCK. 207

twee jagers en twee vrienden, uit den omtrek: maar tot mijne verwondering vond ik de betwiste plaats met meer dan 200 gewapende boeren bezet.

Wat was hier in te doen? Ik zond enen jager over, en liet aan de vijandelijke armée beduiden, dat ik vuur zou geven, indien zij geen' plaats maakten. Het was in Augustus ; de dag was helder en fchoon; maar in hetzelvde ogenblik werdt de lucht toevallig verduisterd, en een dikke en ondoordringbare nevel overdekte alles. Mijn jager kwam met dit narigt te rug, dat alles in de grootfte ontfleldtenis weggelopen was, door dien hij zijne boodfchap juist op dat ogenblik gedaan hadt, als de nevel te voorfchijn kwam.

Ik maakte van die ontfteldtenis gebruik; rukte aan, maar vond niemand; liet vuren, en marcheerde tot op het Slot van mijne tegenpartij, waar ik tot een teken van mijnen triumph op den jagthoorn blazen liet. Men begon echter van verre op ons te vuren, doch de dikke nevel veroirzaakte, dat wij van niemand gezien konden worden.

Met deze fa;isfaclie ging ik na huis, waar reeds, tot grote ontfteldtenis van mijne vrouw, de valfche tijding was ingelopen, dat ik benevens ene menigte gewonden na de ftad gebragt was. Ondertusfchen was aan niemand een hair befchadigd.

Nu liep het gerucht reeds door het gantfche land, dat ik een toveraar was, en mij door een' nevel onzichtbaar gemaakt had; 200 Ooggetuigen zwoeren daarop. Terltond predikten alle Monniken in Aken, Gulik, en Keulen openlijk van den kanzei deze gefchiedenis ; lasterden , fchimpten , en waarfchuwden het volk voor den Aarts-hekfeuineester en Ketier trenck.

Dit

Sluiten