Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

214 LEVENSGESCHIEDENIS VaN

wijze maakte ifc plaats, fprong in het rijtuig, en ijlde weg. Kort daar na werdt één van deze kareis gevat en opgehangen; deze bekende, dat zijn biegtvader hem een' ewigen aflaat beloovd had, indien hij mij dood zou liaan; want dood fchieten kon mij,naar hunne gedachten, niemand, dewijl de Duivel mij onkwetsbaar gemaakt hadt.

Daar zij deze vooroordelen koesterden, waren zij mij niet anders als met flokken aangevallen; maar door mijne vaardigheid was ik hun voorgekomen ; en zij hadden twee doden begraven', die ik met mijnen zwaren fabel verflagen had.

Ik zelf kwam met één' Dag op den arm , en één' op den fchouder vrij; maar mijn jager was door een' ileen aan den enkel gewond.

i Zoo verre ging de woede der vergramde Geestelijk, heid; en echter zal geen verflandig man in mijne toenmalige Schrivten, een enkel woord tegen de zuivere Leere van Christus vinden. Ik heb in dezelven alleen enige grove misbruiken aangeroerd ; de bedriegerijen der monniken aangetast, en hun m^dadig levensgedrag in Aken, Keulen, en Luik gtfeherst, waar zij erger als de Kannibalen leevden, en als gemekte zwijnen in de mislputten der onwetendheid zich wentelden. Ik' wilde mijnen medeburgeren christelijke plichten leren; maar juist dit was fchadeüjk voor de onverzadelijke gierigheid der Roomfcbe geestelijkheid, en voor hare heerschzucht; en dit was dierhalven reeds genoeg, om hun tegen mij op te zetten.

Bij mijne Monarchin was nu ook niets meer voor mij te hopen, daar haar Biegtvader mij reeds als een' Aartsketter, en een' vervolger van het alléén zaligmakend geloof met alle mogelijke priesterlist afgefchilderd

hadt.

Sluiten