is toegevoegd aan uw favorieten.

Reize naar de Kaap de Goede Hoop, de landen van den Zuidpool, en rondom de waereld.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8fS TWEEDE Bl-ADWYZER.

kraal. 231 , 932. Hoe zy rwnne melk bewaaren. 23f, 27->. Zy zyn meestal veeherders. 232, Eene ibort llouentorten heet Boschlüdfn of JVoudmenjchsn. of fosclihottentotten. 232. Zy zyn niet wraakzuchtig of diefachtig, 239. Hun 'Godsdienst. 241, 943. Hunne gedachten omtrent het onweer en den regen. 242. Gelooven zeer aan toovery. 243. Sehiyven de meeste krankheden daar aan toe', ald. Toveraars zyn in groote achting by hen. 244, 245. Een vorst der Hottentotten, Kapitein Ruiter geBaamd. 24r. Hebben eenig denkbeeld van fpookén. ald. en van een toekomend leeven. ald. Is onwaar, dat zy een infekt aanbidden.. 245 , 246. Ook niet de maan. 240. De Christlyke "Godsdienst wordt hun op zekere plaats gepredikt. 247. Hunne gcaartheid , luiheid, onverzetlykheid," enz. 251*, 252. Vatbaar voor liefde en vriendfehap. ^3 De taal der Hottentotten ten aanzien der uiffprack aller mocilykst. 2Ó2. Sommigen gebruiken een anderen tongval. 263. Doch alle de onderlcheidene Hammen der Hottentotten kunnen elkander verdaan, ald. Zy luidt ook niet kwaalyk. ald. De kinderen der vólkplanters lecren dezelve met gemak. 204. Verdere aanmerkingen over de taal der HottenÈotten. 264. aant. Hunne muziek en muziektuigen omftandig befchreeven. 264, 266. Hunne tabakspypen afgebeeld en befchreeven. ?6j , 20!?. üefchryving van een Hottentotsch fpel, zeer oneigenlyk kaBufpelgehectèn. 2Ö8, 260. Kyden op 'osfen. '273. Zy 'weeren daarmede fterk en flout te galoppeeren. ald. Zy mogen, ingevolge het verbod'der regeering, geene paarden '"houden. 2-4. Wat zy rioen om dat verbod te befpotten. ald. Het: is den Christenen, onder zeer zwaare ftraf, vcrboodèn, vee van de Hottentotten te koopen. 275. De grond van dat verbod, ald. Van den fmaak dJr melk, die zy in een' leeren buidel bewaaren. ald De melk blyft in dien buidel lang bruikbaar. 276. Zy hebben hoofdmannen onder" zich, door de Hollanderg aangebeld, ald. Hunne eeretekeos en magt. 277. Zy fclaagen onder de hand over de onrechtvaardigheid