is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginselen der menschkunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38 Grondbeginselen maaken in vier foorten, noemende dezelven: I. louter Zinnelijke. 11. louter Zedelijke fechter twijffelt hij, of er, in den ftrengften zin des woords , zodanigen zijn). III. louter Verftandelijke (over deezen maakt hij wederom dezelve aanmerking). IV. Vermengde Vermaaken.

Verder toont hij aan, dat alle de verfchillende gevoelens over den oorfprong van het Vermaak hier in overeenftemmen , dat het zelve uit eene zekere Werkzaamheid der Ziel ontftaat. Ingevolge hier van befchrijvt hij het Vermaak als voortfpruitende uit de Evenredigheid der Werkzaamheid tot de (werkende) Kragt, Onder het woord Kragt verftaat hij niet alleen Ligchaamskragt, maar alle kragten van Lijf en Ziel , iedere eigenfchap, iedere hebbelijkheid, die ons in ftaat fielt iets te verrigten. —• Dat het onmooglijk is eene veel betere befchrijving te geeven, van het geene wij door Kragt verftaan , zal iedereen , die over dit onderwerp heeft nagedacht, geredelijk toeftaan. — Vervolgens geevt hij aan het woord Werkzaamheid insgelijks eene zeer ruime betekenis, begrijpende daar onder ook, zo als het mij voorkoomt, de tegenwerking (reaétie) die er plaats heeft wanneer mijne

werk-