Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van rt Oorlogsregt op Persoonen. 4{

merk des Oorlogs eifcht noodwendig, d; men deze magt hebbe: want het zou ai ders vrugteloos zyn de wapenen opteva ten, en de Toelating van de Wetten de Natuure ware ten dezen opzigte vergeefs

§. II. Indien men hier enkel te rad< gmg met het Gebruik der Natiën , en he geen Grotius het Regt der Volkeren noemt zoo zou zich die veroorlooving van der Vyand te dooden al vry verre uitftrekken: men zou dan mogen zeggen , dat zy gene perken heeft, en zelfs geoeffend mag worden tegen onfchuldigeperfoonen. Ondertuffchen , fchoon het ontegenzeggelyk is, dat de Oorlog een oneindig tal van quaeden nae zich lleept, welke, in zichI zelve befchouwd, onregtvaerdigheden en i wezendlyke wreedheden zyn (*) , doch j die in zekere omftanden veeleer moeten j aengezien worden voor onvermydelyke onheilen; zoo is het nogtans waer, dat j het Regt, 't welk de Kryg op den perfoon | en 't leven des Vyands geeft, zyne paelen

eifcht,

I (*) Als men dit toeftaet ; hoe hatelyk word t dan het Oorlog! en hoezeer moet men't ontgaen ? I Wezendlyk onregt en wreedheit veranderen nooit van j natuure; en wil men die Onvermydelyke Gevolge» t noemen, zulks is alleen ten opzigte derlyderen en I zy mogen zoo niet heten met betrekking tot die'de* I zelve aendoen.

Hh 3

SS

*5

ïtö. Hooft.

r

IDocbdit

^regt heeft zyne per. >ken.

[

Sluiten