is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche reizen, tot bevordering van den koophandel, na de meest afgelegene gewesten des aardkloots

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD

DES

TWEEBEN DEELS.

De Tweede Togt der Hollanderen na de Oost-Indien, door eene Vloot van acht fchepen , in den jaare 1598, onder Bevel van den Admiraal Jakob Korneliszoon van Neck, en den Vice-Admiraal Wybrant van Warwyk, te zamen vyfhonderd zestig koppen. Bladz. 1

Loopen uit Texel , en vaaren de Kaap de Goede Hoop voorby. Ontdekken het eiland Mauritius. Zien by St. Maria een Walvisch vangen. De laading door vier fchepen te Bantam ingenomen. Befchryving der ftad Tubaon. Mishandeling te Arofabaïa. Veertig Nederlanders raaken hier gevangen, waarvan zommigen worden opgeflooten in een hol of fpelonk , op den top van een berg, alwaar zy niets dan eenige bladeren vinden om zich daarop neder te leggen. Honderd vyftig man van de onzen, met drie Sloepen en drie Booten , meenen eene landing te doen, om hen met geweld te verlosfen; doch de Wilden fchieten met fnaphaanen en boogen, zo dicht als of het pylen regent Naauwlyks zyn de onzen in de vlugt, een musketfehoot van land, of twee floepen, waarin zevenenzestig man , flaan om door de Honing van de Zee. Veelen der manfehap verdrinken , weinigen vinden genade by de Eilanders , maar de meesten worden vermoord ; ja de beestagtige woede van zommigen gaat zo verre , dat verfcheidene in 't water fpringen , om het wreed genoegen te hebben van de onzen te dooden met eigen hand. Van hier verreizen zy na Amboina , van daar na Banda , en vervolgens na eene kleine Stad, Nera genaamd. Ongemeen voordeelige inkoop van foely, * 4 kruid-