Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O P D R A G T. v

De Brit, die roekeloos op zijn vermogen bouwt,

Ontzet, daar 't waanziek oog de rüyters naam befchouwt, Herdenkende wat lot zich Chattaia zag befchooren,

Toen hij der Britten ftraf, Europa's wonder was. De vijand fehrikt en roept: de ruyter is herboorenj

Of op dees vloot gebiedt een Feniks uit zijne asch.

Cl

De vlugt volgt op dien fchrikj — en Gij, Gij zegepraalt. Nooit wordt door Neérlands volk naar waarde U dank betaald,

Voor 't heilig Vrijheidspand, op Doggersbatik behouden. Misfchien, — had toen uw deugd, met God, ons niet gered,

Dat wij, vertrapt, de boei der dwinglandije aanfehouwden;

Althans toen was de dolk voor Vrijheidshart gewet.

* 3 'k Wij

Sluiten