Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE BOEL ,_9

Aan de ondermijners van h Westindjes Koopgenootfchap Des Nederlandfchen Staats uit onzen naam, dees boodfchap: Zo ras de koelte waait, zeilt deeze krijgsvloot aan , Om moedig met geweld , geweld te keer te gaan; En zal, tot ftraf en fchrik van uw vermeesteringen, Der onrechtvaardigheid haar rijke prooi ontwringen.

Door blijkbre vrees, op dit bericht bij 't Opperhoofd Des Britfchen volks ontdaan, wordt aller moed verdoofd. Men doet ons 's avonds laat, om onze wraak te ontvlieden, Een voordel van verdrag ter onderteekning bieden: Men demde in de overgaaf van 't eiland en 't kasteel, 'k Verander zelfs 't verdrag, en zorg dat ieder deel Beandwoordt aan 't geluk en de eer der Nederlanden En daadlijk zagen wij met vreugd de trotfche handen Der overweldigers ter tekening bereid. Hier ftreed voor ons de hand van Gods rechtvaardigheid.

Wij namen ras, ten fpijt van 't magtig Groot - Brittanje, In deezen oord bezit van 't hoofdkasteel Oranje. Men (treek de Britfche vlag; fluks woei, bij 't blij hoezee En 't dondren van 't gefchut, 's Lands eervlag op Goereé,

Een wonderbaar geval kan ik u niet verbergen,, En dyrfx fchoon 't mij flechts raakt, uw aandacht daartoe vergen.

D a Mijn

Sluiten