is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche reizen, tot bevordering van den koophandel, na de meest afgelegene gewesten des aardkloots

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2i8 NEDERLANDSCHE

daar zeer goed water, uit eenen rots vloeiende, zeer hooge boomen, en eene menigte varkens. Door de fterke ftroomen, door ftilte en tegenwinden, moest hy een geruimen tyd in de Straat zukkelen.

Op den vyfëntwiutigften kwam hy aan 't vaste land van Java. Hier verftondt hy , dat te Bantam negen Nederlandfche fchepen lagen ; ook zag hy nog dien zelfden avond eene van hunne floepen; doch het volk durfde niet aan boord koomen , uit vreeze dat zy Portugeezen voor hadden.

Twee dagen daar naa kwam van spilergen voor Bantam ten anker. Hier lag w vb rand waakwyk , met negen fchepen van de Verëenigde Maatfchappye. Straks zondt hy zynen Schipper pieter korneliszoon by onzen Admiraal aan boord, met verzoek om hem te koomen zien op het Eiland Pulo Bovo, daar een Karak lag. Straks voer hy na dat Eiland , leggende eene myl van Bantam. Eens en andermaal begaf hy zich zedert na die plaats, om gezamentlyk te fpreeken over den koophandel en de belangen der Maatfchappye.

Terwyl de Admiraal voor Bantam lag, kwam hem de Sabandar bezoeken , en vraagen , of hy begeerig was Peper te koopen ; hem tevens berigtende , dat hy ankergeld en het inkoomende regt van de goederen moest betaalen. Spilbergen gaf hier op tot antwoord dat hy zyne volle laading hadt; dat hy alleenlyk te Bantam was gekoomen, met oogmerk om fchepen te zoeken, in wier gezelfchap hy na het Vaderland mogt wederkeeren ; indien men iets voor te ftellen, of te vorderen hadde, men zulks moest doen aan den Admiraal waar wyk, vermids 'er niet meer dan ëéne Maatfchappy beftondt, aan welke zy allen

be»