is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenvoudige gedagten over de [...] rechten van den mensch en van den burger, en over den eed op die rechten bij [...] decreet den 9. maart 1795. gevorderd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RECHTEN VAN DEN MENSCH. ?J

isten en Atheïsten waren. Zouden ze, dan even zulke gezworene vijanden van het Christendom zijnde, als de Hddenfene Keizers, van ons niet konnen vergen de enkel - Burgerlijke Conftitutie aan te neemen? Zouden wij hen geen gehoorzaamheid fchuldig zijn? zouden wij daaromtrent bedenking konnen maken, om dat ze veellicht onze rechten zouden benadeelen konnen? wat nu, dewijl onze veröjderftelling onwaar en valsch is?

Ja, laat het ook gebeuren, dat ons iets gevergd word, dat tegen ons geweten ftrijd, dat onder voorwendzel van burgerlijke verrichtingen, de rechten onzer Kerk, of de waarheden van ons geloof gefchonden worden, (Memorie bladz. 39.) laat men uit hoofde van den gedanen Eed, ons willen verpligt achten. Moeten wij dan meer zwijgen als nu? Hebben wij dan volgens Artikel XVII. zelfs geen recht onze belangens in te brengen? Konnen wij daarom minder ons geweten getrouw blijven, of minder kloekmoedig ons Geloof en Godsdienst verdedigen ?

Dus komt het mij voor, als een ontijdige voorbarigheid, zo bekommerd te zijn, en zo angstvallig voor uit te zien. Utt zou nog iets anders zijn, zo men eene zedelijke zekerheid had, dat iets diergelijks zoude gebeuren. Doch, daar het in tegendeel blijkt, dat men in de Rechten van den Mensch niets bedoelt tegen ons Geloof en Godsdienst; ja veel eer ons tracht te begunstigen, zo kan ik in gezegde bekommering weinig rede vinden.

Vermits ik dan overtuigd ben, dat de verklaarde Rechten, en vervolgens de daarop flaande verklaaring, en Eed, in hunne eige uitdrukking, en dus in hunne natuur geenzins.ftrijdig zijn tegen de zedeleering van ons H. Geloof; zo heb ik geoordeeld ,