Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEDERDUITSCHE POËZY. 157

Een fchoonheid door de wolken dragen,

Die v. , gelyk de dauw het land Verfrischt in heete zomerdagen

Wanneer de kreeft de mooren brand.

En de Geldzucht, by De Decker,van den rymeren 1'preekende , zegt:

Dan dat ick menigmael al mé de godheid zy /

Die ken verruekt en trecht tot heylge rafery,

En hun den moed verheft, kan by hunn rymkens blycken.

Zo heet het, in de befchryving van den zangberg:

Wat razerny beweegt myn geest tot zingen?

Hy dunkt ik zie den heilgen Uelikon; My dunkt ik zie het zilvren hoe fiat fpringen,

En f raaien uit de milde hengjiebron.

Zo zegt Mr. M. d. R.

Dan fchyn ik voor een wyl van razerny bezeten, En vlo.ke op god Apol, dan op de hengjiebron.

Zo heet het by D. Buifero, in zyn lofvaers op Antonides Yftroom, met nadruk:

Lof der Geldzucht, bladz 48.

Nederd. Mengeldichten, bl.34-.

Dichil. Verlustiging,door Medi» tandofulgens, bl. 12:

—— door heilig raazen

Fan vloeiend rym ——

En Antonides zelf zingt:

'k Foei wéér een grooter vier door al myn aders gaen ; ƒ<• raeska] dronken, of een godheid voert my aen ;

Yftroom, W, 49.

fchoon

Sluiten