is toegevoegd aan uw favorieten.

Historisch handboekjen van den bijbel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

212

jesus v o o ft z e g g i n g.

Jooden hem te zien. Dit deed jesus denken aan de bekeering der Heidenen, maar tevens aan het ongeloof der Jooden. Zuchtend fmeekte hij tot God, dat die zijnen naam wilde verheerlijken , en nu werd onvoorziens eene ftem, als een donderllag, gehoord: ,, lk heb'hem vcr„ heerlijkt,en ik zal hem , andermaal, heerlijk ,, maken?"

En nu eindigde jesus zijn leer'a'ar-anibt, met eene korte herhaaling zijner leer, en het uitfpreken van een wee over de hardnekkige Jooden , en met hun de verwoesting' van Stad en Tempel aan te kondigen.

Dit alles belloot hij, met eene merkwaardige voorzegging, van den ondergang van Jenifalem en de voleinding der wereld, terwijl hij elk tot waakzaamheid en ijver in de deugd vermaande, door de gelijkenis van het lot van eenen ondeugenden dienstknecht, van vijf wijze en vijf dwaaze maagden, en van dienstknechten , aan welke geldfommen aanbevolen waren , om daar mede winst te doen, en wier heer, bij züne wederkomst, de vlijtigen beloonde, maar den tragen en werkelozen ftrafte.

Eindelijk, fprak hij van zijne komst tot het hatde algemeene oordeel, wanneer hij, j e s u s, als de Richter van allen, een iegelijk vergelden zal, naar het geen door hem bedreven is, het zij ooed of kwaad (*)••

5. 160.

(D Matth. XXI-XXV. Sfark. XI-XIII. Luk. XX. Jodhli. XII. 36-50. Bi}belgejehiedenis des N. T. §. 37.