Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN HET OOSTEN.

ii

aanlopen, gegrond. In verfcheiden kerken zag ik foldaaten en overlopers, die met de groottle onbefchaamdheid om aalmoesfen vraagden, en zelfs dreigden, wanneer men bun niets wilde géven, of ben niette been gaan en werken. Ondertusfcben heeft men nu op verfcheiden plaatzen in Italië deze groote vrijheden begonnen intetrekken en nauwer te bepalen , en is gelukkig op die verftandige gedagte gevallen, dat heiligdommen en altaaren geen fchuilplaatzen voor vijanden van god mogen zijn; Zij laten wel niet na, om van hunnen kant verfcheiden rédenen bijtebrengen , tot verdédiging van zulk eene ongerijmde zaak; zij beroepen zig op de wetten van moses wégens de vrijtléden; want de gcestlijke regéring in dit land bevind zig wél bij de Joodfche wetten , om haare hoogheid, olferingen, tienden , de groote pragt bij den godsdienst e. z. v. te billijken. Verders zeggen zij, wanneer de huizen van vreemde gezanten vrijplaatzen zijn, waarom dan gok? huis niet? Al verder: alle zondaars zullen immers toegang tot god hebben, zou het dan niet hard zijn, dien van het heiligdom wegterukken, die zijne toevlugt tot hetzelve neemt; ja zij zeggen, wijl god hem in vréde op de aarde laat gaan, en het léven, dat hij gegéven heeft, zelf niet ontneemt, maar het hem laat behouden, hoe durven dan menfehen zig een regt aanmatigen , dat hun niet toekomt? Zij vergétcn ook niet,zig op de verlosfmgen a!gemeene genade, die vooralle menfehen open Ibat, te beroepen , en hetgeen zij nog meer van dergelijke drogrédenen wéten bijtebrengen , die régelregt (trekken, om het regt des oorlogs van allen tégen allen te verdédigen en te oefenen (s);

CO Volgens de openlijke berigten is dit regt der vrijp!a?.tzen,

Sluiten