Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ü REI S LANGS DEN RHIJN.

Aartsbisfchop adelbert de eer/Je , die in 't jaar 1112. in de Keizerlijke gevangenis geraakte, en in liet jaar 1115. door de burgerij daar uit gebaald werdt , gaf dezelve uit erkentenis een Privilegie , en liet bet zelve , op dat bet den tijd zou tarten, in deze tafelen graveercn. Hoe veel dank zouden de naakomelingen ons niet bewijzen, wanneer wij, bij gcwigtige voorvallen , in plaats van ecnige bladen broos papier, welke al te rasch aan't verderf en de verganklijkheid zijn blootgefteld, eenige ponden metaal niet ontzagen, en daar door der naakomelingfchap onze belangloosheid te kennen gaven. Volgends de Gefchicdfchrijvercn , zou deze kerk door de oude Bisfchoppen vlijtig bezogt zijn geworden , dat ook ligt op te maaken is , wijl het zogenoemde Bisfchopshof , dat aan den Dom grenst, uict ver daar van af ligf. Voor dit Hof, 't welk voorheen de Refidentie der oude Bisfchoppen was , óp de markt , ziet men een lang ijzer , van 7 of 8 voeten, ftaande op drie uitfteekende fteenen, welk bet bijgeloovig gemeen voorgeeft, dat, naa de voltooijiirg van den Dom , door den duivel op denzeiven geworpen werdt, om dit Godshuis te verpletteren , doch het welk door een heilige magt 'er gelukkig was overheen gebragt. 't Is waarfchijnlijk, dat dit ijzer een over Wijffel is van de Romeinen , welke , daar zij hunnen eed onder den blooten hemel moesten afleggen , hunne handen tot bevestiging der waarheid, op zulk een, daar toe beftemd, ijzer lagen.

Niet

Sluiten