Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DUITSCHE PRINCES. a?

een clavecimbel, de vyfdeisvanc af,ab c , d, e, f, g. Dus zoo het getal i de toon van c geeft, het getal 2 geeft dan « , het getal 3 geeft g, het getal 4 geeft c , en vermits de toon 1 is de Octaav van g , zoo zal defielvs getal tweemaal 3 zyn, en daarom 6, en nog een Octaav opklimmende, dan zal de toon 5 tweemaal grooter zyn , en daarom 12. Alle de toonen, dan waartoe de twee getallen 2 en 3 ons geleiden , de toon C met 1 tekenende , zyn

C.C.g.c"'8'C-g'^f

I . 2 . 3 • 4 • ö . 8 . 12 . 16

HeUs daar uit kiaar, dat de evenredigheid van 1 tot 3 eene tuffchenpoofing, zaamgefteldvaneen Octaav en een Quint, uitdrukt, en dat deze tuffchenpoofing, uit hoofde der eenvoudigheid van derzelver getallen, naa de Oótaav, het gehoorlykfte voor het oor moet weezen. Ook geeven de Mufikanten aan de quint., den tweeden rang onder de confonances; en het oor word er zo aangenaam van aangedaan , dat het zeer gemakkelyk valt een quint over eente doen (temmen. Waarom de vier fnaaren op een Viool met quinten opklim men, de laagftc is g, detweede d , de derde 1 , en de vierde % , ea ieder Mufikant doet die gemakkelyk met het

oor

Sluiten