Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 XLVII. BRIEF.

Niets kan een fterker bewys zyn van bet belang deezer Stad, ten tyde der Romeinen, dan de onmeetelyke onkosten, welke zy befteedden ter oprechtinge van zulk een aantal van groote waterleidingen , eene van welke achttien mylen [uuren gaans] lang was. Veele gedeelten derzelve zyn nog zichtbaar; en het blykt, dat zy, ter herftellinge van dezelve, op eenen tyd, bykans duizend talenten (*) te kost leiden; en hier was het dat de vier groote Romeinfche wegen zich verdeelden, een van welken recht na Zee liep, en een ander na de Pyreneefche bergen.

Agrippa, die de ftichter was van de meeste deezer edele Gedenktekenen van Romeinfche Grootheid, wilde den Burgeren van Lynn niet toelaaten, dat zy, in hunne Stad, eenig Gedenkteken ter zyner gedachtenisfe zouden oprichten. En evenwel is zyne gedachtenis, op eene zeer byzondere wyze, tot op deezen dag toe, bewaard gebleven in het hartje der Stad. Want in den voorgevel van een huis op de kaai van Viller oy, is een medaillon van gebakken aarde, welke, naar ik denke, hem volmaaktlyk gelykt. Verzekerd ben ik, dat het onbetwistbaar een ftuk der Oudheid is. Het is, wel is waar, een weinig befchadigd, en misvormd door dat zyn naam 'er op gefchreven is in hedendaagfche Letteren. Maar hier is nog een ander Gedenkftuk van agrippa. Het is een gedeelte van een Graffchrift, op eenen Bedienden of

Krygs-

(*) [Een talent bedroeg omtrent 1809 van onze gujdcns.]

Sluiten